Dataruimte Amsterdam - van 1275 via nu naar 2050

Dataruimte Amsterdam - van 1275 via nu naar 2050

De digitale dataruimte voor 750 jaar Amsterdam versnelt ook slimme gebiedsontwikkeling. Ketenpartners delen vertrouwd data, apps en innovatie. Triply maakt zo gebiedsontwikkeling, vergunningverlening, duurzaam bouwen in boven- en ondergrond makkelijker en productiever.

Welk initiatief heb je genomen om digitaal samen te werken met jouw partner(s) in de gebouwde omgeving?

Als Triply namen we samen met de gemeente Amsterdam het initiatief voor de ontwikkeling van een dataruimte voor Amsterdam. De aanleiding lag in het 750-jarig bestaan van de stad.
Voor dit jubileum moesten historische, geografische en objectdata uit veel verschillende bronnen aan elkaar worden verbonden. Dat gebeurde voor de Amsterdam Time Machine, een platform dat de geschiedenis van Amsterdam tot leven brengt met behulp van oude kaarten, archiefstukken en 3D-modellen. En voor Amsterdam in Motion, ‘s werelds grootste multimediale stadsmaquette in Cultuurpark Westergas. Deze publieksgerichte toepassingen groeiden uit tot een breder fundament voor datagedreven samenwerking in de stad.

De kracht van ons initiatief is dat de dataruimte niet is opgezet als een losstaand project, maar als een generieke voorziening voor meerdere toepassingen. Na de eerste fase rondom ‘Amsterdam 750 jaar’ keken we hoe we dezelfde basis konden inzetten voor ruimtelijke vraagstukken. Dat deden we bij de gebiedsontwikkeling van Haven-Stad. Daar komen opgaven rond woningbouw, energie-infrastructuur, klimaatadaptatie, ondergrondse ruimte en circulair bouwen bij elkaar.

In plaats van data fysiek naar één centraal systeem te kopiëren, verbindt de dataruimte bestaande bronnen via federatief datadelen. Data blijven bij de bron terwijl betrokken partijen die data onder afgesproken voorwaarden kunnen gebruiken. Zo ontstaat een praktische dataruimte waarmee verschillende organisaties, disciplines en projecten beter samenwerken. Of dat nu gaat om het in beeld brengen van 750 jaar Amsterdam of besluitvorming over gebiedsontwikkeling. De basis is hetzelfde.

Waarom is je initiatief een succes voor mens en organisatie? Wat levert het concreet op?

Het initiatief levert impact op meerdere niveaus:

Allereerst maakt het de geschiedenis en ontwikkeling van Amsterdam toegankelijk voor een breed publiek. Bezoekers kunnen bij Amsterdam in Motion en de Amsterdam Time Machine 750 jaar stadsgeschiedenis vanuit verschillende perspectieven beleven. Ook de moeilijke en leerzame kanten van de stad krijgen daarbij aandacht.

Daarnaast levert de dataruimte concrete waarde op voor professionals en organisaties in de gebouwde omgeving. Bij stedelijke gebiedsontwikkeling is informatie vaak versnipperd over verschillende systemen, organisaties en fasen. In de planfase worden data verzameld, in de bouwfase gebeurt dat vaak opnieuw en tussen die fasen gaan veel kennis en informatie verloren. De dataruimte helpt om die versnippering te doorbreken en data op één plaats toegankelijk te hebben.

De dataruimte maakt het ook mogelijk om sneller verbanden te leggen, scenario’s te verkennen voor de ontwikkeling van het gebied en beter onderbouwde keuzes te maken. Dat helpt de betrokken organisaties efficiënter te werken en het vergroot het draagvlak voor complexe stadsontwikkeling. Immers, je kunt keuzes die je maakt in een gebied ook in beeld brengen voor het publiek.

Bij Haven-Stad helpt de dataruimte bovendien om inzicht te krijgen in de ondergrond: waar liggen kabels, leidingen en andere infrastructuur? Waar is nog ruimte voor nieuwe energievoorzieningen? En: welke keuzes zijn nodig om toekomstige ontwikkelingen mogelijk te maken? Wat zijn de mogelijkheden in plaats van de beperkingen van wetten en regels?

De aanpak zorgt concreet voor meer grip op data, productiever samenwerken, betere informatieproducten, soepele samenwerking in de keten én inzicht in de ondergrond.

Waaruit bestaat concreet de samenwerking met jouw ketenpartners?

De samenwerking bestaat uit het verbinden van data, kennis, standaarden en toepassingen van verschillende partijen. De gemeente Amsterdam bracht de stedelijke opgaven en toepassingen rondom Amsterdam 750 jaar en Haven-Stad in. De Universiteit van Amsterdam, Amsterdam Time Machine en Amsterdam in Motion droegen bij vanuit erfgoeddata en historische kennis. Het Stadsarchief Amsterdam leverde belangrijke historische bronnen. Partijen als Waternet en Liander stelden informatie beschikbaar over infrastructuur en ondergrond.

Triply speelt als technologiepartner en penvoerder van het consortium een sturende en verbindende rol. Wij helpen om datasets uit verschillende bronnen en domeinen met elkaar te verbinden, betekenis te geven aan data en relaties te leggen tussen objecten, locaties, infrastructuur en eigenaarschap. Daardoor ontstaat een samenhangend beeld dat bruikbaar is voor verschillende partijen in de keten.

Ook wisselden we kennis uit met andere organisaties en gemeenten. Met gemeente Rotterdam keken we hoe we de dataruimte voor de ondergrond breder konden toepassen en voor de vergunningcontrole service konden hergebruiken. Via Geonovum droegen we bij aan testbed 2, een praktijkgericht onderzoeksprogramma dat zich richt op het realiseren van een samenhangend netwerk van digitale tweelingen in Nederland, En ontwikkelden we met hen door op de standaard voor het Informatiemodel Kabels en Leidingen. Vanuit het DMI-ecosysteem kregen we meer kennis over ontwikkelingen in (federatief) datadelen, digitalisering, samenwerking in de gebouwde omgeving en namen we de datamarktplaats in gebruik.

De samenwerking is niet alleen technisch, maar ook organisatorisch. We maakten goede afspraken over vertrouwd data delen, standaarden, eigenaarschap en hergebruik. Omdat data bij de bron blijven en onder voorwaarden worden gedeeld, kunnen partijen samenwerken zonder hun eigen verantwoordelijkheid over data te verliezen. Met als resultaat een 3D-dieptekaart van de boven- en ondergrond waarin je kunt ‘reizen’. Zowel terug als vooruit in de tijd. En een digitale tweeling waarin, over bronnen en verschillende standaarden heen, gezocht kan worden naar conflicten, ruimte en oplossingen voor ondergronds bouwen.

Wat kunnen andere professionals uit de gebouwde omgeving van jouw verhaal leren?

Andere professionals kunnen van dit project leren dat digitale ketensamenwerking begint bij een concrete toepassing. We zijn de dataruimte gestart vanuit een herkenbare opgave: hoe verbind je uiteenlopende bronnen om de geschiedenis en toekomst van Amsterdam zichtbaar te maken? Vanuit die toepassing werd duidelijk dat dezelfde basis ook waardevol is voor gebiedsontwikkeling.

Een tweede les is dat data niet altijd centraal hoeven te worden opgeslagen om toch integraal gebruikt te worden. Federatief datadelen maakt het mogelijk om bronnen bij de eigenaar te laten, maar ze wel via afspraken, standaarden en een verbindende laag bruikbaar te maken voor anderen. Dat is belangrijk in de gebouwde omgeving, waar veel organisaties betrokken zijn bij de totstandkoming van een gebied en data vaak gevoelig, onvolledig of verspreid aanwezig is.

Een derde les is dat een dataruimte alleen werkt als je techniek, governance en samenwerking bundelt. Het gaat niet alleen om datasets, maar ook om vertrouwen, duidelijke condities voor het delen, gedeelde standaarden en toepassingen die waarde opleveren voor alle betrokken partijen.

Tot slot laat het project zien dat een dataruimte breder inzetbaar is dan één casus. Wat begon bij Amsterdam 750 jaar, konden we ook toepassen bij vraagstukken over Haven-Stad, ondergrondse infrastructuur, de energietransitie, vergunningcontrole service, circulair bouwen en toekomstige gebiedsontwikkeling. Daarmee biedt het project een voorbeeld voor andere steden en regio’s die met vergelijkbare opgaven te maken hebben.

Waar ben je het meest trots op?

We zijn er het meest trots op dat een dataruimte met een publieksgerichte start is uitgegroeid tot een praktisch fundament voor professionele samenwerking in de stedelijke omgeving. Amsterdam in Motion en de Amsterdam Time Machine zijn op zichzelf al waardevolle toepassingen. Ze zijn een manier om de geschiedenis en toekomst van de stad toegankelijk te maken voor een breed publiek. Maar met de ervaring daar konden we verdere stappen zetten. Op hetzelfde fundament is een toepassing ontstaan die professionals helpt bij complexe ruimtelijke vraagstukken. Die crossover komt niet vaak voor. Het laat zien dat datagedreven werken domeinoverstijgend is. Een goed ingerichte dataruimte is niet gebonden aan één toepassing, maar vormt een generieke gereedschapsset. Daarmee kun je nieuwe maatschappelijke en ruimtelijke vraagstukken aanpakken.